Wat mee moet
De stukken bepalen het gesprek. Bij een arbeidsconflict: de arbeidsovereenkomst met eventuele verlengingen, de cao, loonstroken, beoordelingen en de correspondentie. Bij een familiezaak: de akten, de financiële gegevens en eerdere afspraken. Bij een bestuursrechtelijke zaak: het besluit met de verzenddatum en het dossier van het bestuursorgaan.
Naast stukken telt de tijdlijn. Een chronologisch overzicht met data en gebeurtenissen levert in een half uur meer op dan een map met losse papieren.
Welke vragen aan bod horen te komen
Vier vragen horen in elk eerste gesprek beantwoord te worden. Welke termijn loopt er nu. Wat is de positie op basis van de stukken, inclusief de zwakke punten. Wat is een realistische uitkomst, en wat is de bandbreedte. En wat is de eerstvolgende stap, met een datum.
Verder is het zinvol te vragen wie de zaak feitelijk behandelt, hoe vaak er contact is en op welke manier het dossier wordt gedeeld.
Na het gesprek
De afspraken worden vastgelegd in een opdrachtbevestiging, met de omschrijving van de opdracht en de manier van declareren. Advocaten zijn verplicht een kantoorklachtenregeling te hebben en aan te geven waar een klacht kan worden ingediend.
Een second opinion is toegestaan en gebruikelijk. Wie twijfelt over de voorgestelde route, kan het dossier laten bekijken door een tweede kantoor; er bestaat geen verplichting om bij het eerste kantoor te blijven.